Een ‘Sasse’ betekent in het jargon van de jager een schuilplaats voor veldhazen.

Deze schuilplaats (Sasse) is voor de haas een rustplek om zichzelf te verzorgen. Het wordt gevormd door een kleine holte of kuil in de grond, afgerond en langwerpig gevormd naar het lichaam van de haas. In het diepere achterste gedeelte bevindt zich het achterlijf, vanuit in het voorste gedeelte kan de haas over het land kijken. De schuilplaats wordt meestal in het open veld gegraven, waarbij de haas beschutting zoekt tegen wind en natuurlijke vijanden.

Planten, groeven in de akkers en kluiten aarde kunnen uitkomst bieden voor beschutting. Bij voorkeur is de opening van de schuilplaats naar de zon gericht, want de ondergrond moet droog zijn. Bij regen zoekt de haas beschutting onder planten. Soms voldoet ook een oppervlakkige schuilplaats zonder diepere kuil. Uiteraard zijn er ook in het bos schuilplaatsen te vinden, want hier komen hazen ook voor. Een schuilplaats wordt soms éénmalig en soms meerdere malen gebruikt, maar is nooit de permanente rustplek van de haas. Dat zou voorspelbaar en dus gevaarlijk zijn.

 

In de ‘Sasse’ vindt de haas rust, doezelt of slaapt,

meestal half slapend met de ogen geopend. De ogen geven de haas een bijna compleet gezichtsveld rondom, zodat hij sluipend gevaar op tijd ziet aankomen. Hiermee is de link gelegd naar het begrip ‘Sasse’ in het jagersjargon. Het komt voor dat boerderijen de naam ‘Sasse’ dragen, voor zover deze naam niet uit een oud-Duits begrip af te leiden valt.